NR. 101
31 MEI 2012
Inhoud

“Financiële compensatieregels gevaar voor geharmoniseerd ETS”

De Europese Commissie heeft op 22 mei de regels rondom de financiële compensatie voor elektriciteitsintensieve industrieën bekendgemaakt.

De staatssteunregeling, die is ontworpen onder auspiciën van Directoraat-generaal Mededinging, maakt het lidstaten mogelijk om bepaalde sectoren met een verhoogd risico op ‘carbon leakage’ (weglekken van activiteiten naar buiten de EU) vanwege gestegen elektriciteitskosten te compenseren met financiële middelen. De aangewezen sectoren zijn onder meer ijzer en staal, aluminium, koper, zink, papier, en organische en anorganische chemie. De regeling omschrijft de maximale hoogte van financiële compensatie door gebruik te maken van benchmarks die zijn gebaseerd op de meest efficiënte fabriek in Europa. De benchmarkwaardes zijn nog niet bekend; die worden later in een apart besluit vastgesteld.

Nederland heeft zich, samen met een grote groep andere landen, steeds ingezet voor financiële compensatie voor elektriciteitsconsumptie, mits er een reëel risico op carbon leakage is. Volgens Nederland is compensatie onder een CO2-prijs van 15 € per ton CO2 daarom niet noodzakelijk. Het voorstel om deze bodemprijs op te nemen in de regeling vond steun onder diverse lidstaten, maar heeft het uiteindelijk niet gehaald.

Level playing field

Volgens Maurits Blanson Henkemans (ministerie EL&I) maakt Nederland zich zorgen om twee mogelijke gevolgen van de regeling: de verstoring van het level playing field en het beslag op de overheidsfinanciën ten tijde van financiële crisis. “Op dit moment zijn maar een paar landen in Europa in staat om hun industrie te compenseren, zoals Duitsland, Finland en Noorwegen. Andere landen moeten diepe bezuinigingen maken en hebben misschien geen geld voor deze staatssteun beschikbaar. De harmonisatie van het ETS, die we met de toekenning van emissierechten hadden bereikt, dreigt met deze regeling om zeep te worden geholpen.” Overigens zal bijvoorbeeld Duitsland waarschijnlijk op zijn vroegst vanaf 1 januari 2014 een compensatieregeling invoeren.

Voor Nederland bedragen de kosten bij de huidige CO2-prijs van 7 tot 8 €/tCO2 ongeveer 100 miljoen Euro. In een brief van staatssecretaris Joop Atsma aan de Tweede Kamer staat dat er geen middelen op de overheidsbegroting beschikbaar zijn voor de compensatie. “Een volgend kabinet zal daarom nu de consequenties van dit besluit moeten bezien,” aldus Atsma.

Snellere besluitvorming

VNO-NCW deelt de zorgen van EL&I dat er mogelijk geen level playing field ontstaat voor Nederlandse bedrijven, en dat er onvoldoende budget zal zijn voor een compensatieregeling. Uitstel van de besluitvorming over de compensatie van indirecte kosten in Nederland versterkt deze zorgen. “Iedereen weet dat Duitsland van plan is de compensatieregeling uit te voeren,” stelt Erik te Brake (VNO-NCW).

 “Het zou de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven sterk benadelen als hier geen goede compensatieregeling komt zoals in Duitsland. Daarvoor is snellere besluitvorming nodig.” VNO-NCW is voorstander om op termijn te kijken naar een geharmoniseerde Europese regeling.


Terug naar inhoud

NEa netwerkdag: instemming over verbeteren systeem

De eerste Netwerkdag van de Nederlandse Emissieautoriteit toonde onder de aanwezigen en sprekers een grote eensgezindheid over de noodzaak om het systeem verder te verbeteren.

“Als we voor emissiehandel kiezen als hét systeem, dan moeten we ook durven discussiëren over set-aside of andere maatregelen,” poneerde Hans Alders, voorzitter van de koepel van energiebedrijven EnergieNederland.

Op de Netwerkdag op 15 mei, bezocht door ruim 100 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, van overheden en andere stakeholders, presenteerde NEa-directeur Marc Allessie de definitieve emissiecijfers over 2011 (zie elders in deze nieuwsbrief). Daarnaast stelde voorzitter Dorette Corbey het nieuwe bestuur van de NEa – sinds 1 januari Zelfstandig BestuursOrgaan - voor. Hans Alders en Ruud Lubbers (namens het Rotterdam Climate Initiative) waren de andere twee sprekers.

Hoenderhok

Dorette Corbey gooide een knuppel in het hoenderhok door te pleiten voor een ‘innovatiefonds’ voor ETS-bedrijven die moet voortkomen uit de veilingopbrengsten. Dat is wel in strijd met de algemene houding van de laatste Nederlandse kabinetten om dit soort inkomsten niet te oormerken. Maar de NEa-bestuursvoorzitter vindt een innovatiefonds een goede manier om extra kosten die de industrie moet maken terug te laten vloeien en mee te laten werken aan verdere emissiereductie.

Effectiever

Wat EnergieNederland-voorzitter Hans Alders betreft begint emissiehandel pas echt per 1 januari 2013. “Het is een schoolvoorbeeld van effectief gebruik van kennis van het bedrijfsleven, uniek in Brussel.” Het instrument moet nog veel effectiever, denkt Alders. “Er is maar weinig carbon leakage aangetoond. Kijk maar naar de studies: je gaat niet met zakken cement van werelddeel naar werelddeel slepen. We moeten nu keuzes maken voor 2050. Daarbij hoort een discussie over set-aside, en ook over het percentage waarmee het plafond omlaag moet. De doelen voor 2050 zijn niet haalbaar met 1,74% reductie per jaar, daarvoor hebben we 2,25 tot 2,5% nodig. De moeilijke fase komt nog.”

Compensatie

Oud-premier Lubbers schetste emissiehandel als “een dreumes met touw om de benen, zodat het niet gaat lopen.” Lubbers: “Green growth is de manier om uit deze crisis te komen. Maar tegelijk zie ik dat van de CO2-prijs van 40 € waarmee Rotterdam vier jaar geleden rekende niets is terechtgekomen. Rotterdam is zo onmachtig om de CO2-doelen te halen.”

Zonder uitzondering zagen de sprekers mogelijkheden om emissiehandel te verscherpen. Onenigheid was er wel over de aangekondigde compensatie voor de hogere stroomprijzen voor grootgebruikers (zie ook elders in deze Nieuwsbrief). Waar Alders de compensatie ziet als mitigatie van nadelige effecten, vindt Lubbers het misplaatste bescherming van bedrijven: “Dat is niet de rol van de overheid.”

Terug naar inhoud

Definitief template monitoringsplan beschikbaar

Deze week heeft de NEa het verplichte Excel format voor indiening van monitoringsplannen voor de derde handelsperiode (2013-2020) gepubliceerd.

Dit definitieve format moeten inrichtingen gebruiken voor het opstellen van het monitoringsplan voor de handel in broeikasgasemissierechten (EU-ETS) in 2013-2020. In de afgelopen weken konden bedrijven zich al voorbereiden met enkele ontwerp-templates.

Deadlines

Op de NEa-website staat tevens een overzicht met deadlines per bedrijf voor het indienen van monitoringsplannen. De deadlines variëren van 1 juli 2012 tot 1 januari 2013. Om te bewaken dat elke inrichting op tijd een geldige vergunning heeft, blijven deze deadlines gelden.

Vanwege de vertraagde publicatie van het format zal de NEa wel coulant omgaan met bedrijven die niet in staat zijn de deadline te halen en die hun gegevens binnen 2 weken na het verstrijken van de deadline alsnog indienen.  

Meer informatie

De komende weken zal de NEa meer hulpdocumenten op haar website publiceren, onder meer een nieuwe ‘Leidraad Monitoring EU-ETS 2013-2020’ en meer uitleg over de inhoud van aanvullende documenten die bedrijven tegelijk met hun monitoringsplan moeten aanleveren.

Vragen

Voor vragen over de vergunningverlening of de monitoringseisen kunnen bedrijven contact opnemen met de Helpdesk NEa. In de periode van 25 juni t/m 10 augustus zal de helpdesk ook in de middagen (tot 17.00 uur) telefonisch bereikbaar zijn.

Terug naar inhoud

Voorlichtingsbijeenkomsten monitoringseisen

Op 8 en 9 mei 2012 heeft de NEa het bedrijfsleven voorgelicht over de monitoringseisen die gelden voor EU-ETS in de derde handelsperiode (2013-2020).

Op beide dagen was de zaal in de Jaarbeurs te Utrecht met 150 aanwezigen ‘uitverkocht’. Tijdens de bijeenkomsten gaven de NEa-experts nadere uitleg over de monitoring van broeikasgasemissies van 2013. Zo kwam onder andere het opstellen van het monitoringsplan aan bod.

Door vertraging in het opleveren van de hulpdocumenten door de Europese Commissie kon de NEa tijdens de bijeenkomsten nog niet op alle inhoudelijke vragen antwoord geven. “Desondanks kijken we terug op twee geslaagde bijeenkomsten,” zegt Jaap Bousema, senior adviseur emissiehandel bij de NEa. “Gemeten naar de reacties van de bedrijven konden we hen goed helpen met de voorbereiding van het monitoringsplan. Nu het definitieve format er is, kunnen de bedrijven met hun vragen bij onze helpdesk terecht.”

Het definitieve format van het monitoringsplan is op 29 mei door de NEa op haar website gepubliceerd (zie elders in deze Nieuwsbrief).

Terug naar inhoud

Vanaf 2 juni tijdelijk geen transacties meer mogelijk

In verband met de transitie naar het Europese register is het vanaf 3 juni tijdelijk niet meer mogelijk om transacties uit te voeren via het Nederlandse Register CO2-emissiehandel. In de praktijk blijkt deze deadline 2 juni te zijn, aangezien het register in het weekend gesloten is.

Transacties zijn pas weer mogelijk vanaf 20 juni 2012, wanneer naar verwachting het Europese register online gaat. Alle gebruikers ontvangen van de NEa een brief met een unieke toegangssleutel, waarmee toegang tot het register kan worden verkregen. ”Voor rekeninghouders is het van groot belang om te weten dat zij de eerste maanden geen transactie kunnen uitvoeren zonder de goedkeuring van een fiatteur.” legt Bram Maljaars (NEa) uit. ‘De Europese Commissie introduceert op een later moment een nieuwe versie van het register waarin transacties onder bepaalde voorwaarden zonder fiatteur kunnen worden uitgevoerd.” Meer informatie over de rol van de fiatteur is te vinden in het 7e registerjournaal op de NEa website. Hierin is ook een link te vinden naar een formulier om de fiatteur aan te melden.

Vanaf 14 mei was het al niet meer mogelijk om wijzigingen in rekeningen door te voeren, zoals het vervangen van rekeningbevoegden of het wijzigen van de gegevens van rekeningbevoegden.  In het geval dat mensen nu nog wijzigingen willen doorvoeren dan kunnen ze via de website van de NEa formulieren invullen. ”De NEa verwerkt deze wijzigingen zodra het nieuwe register online is.”

Terug naar inhoud

“Geen administratieve gevolgen van beëindigen NOx-emissiehandel”

De beëindiging van het Nederlandse systeem voor NOx-emissiehandel zal niet leiden tot nieuwe  administratieve lasten voor de deelnemende bedrijven.

In een brief aan de Tweede Kamer met antwoorden op schriftelijke vragen heeft staatssecretaris Atsma van Milieu nadere uitleg gegeven over zijn voornemen om de NOx-emissiehandel in Nederland te beëindigen. De laatste emissiehandel kan nog plaatsvinden voor het handelsjaar 2013, omdat voor dat jaar nog wel een PSR (Performance Standard Rate, ofwel prestatienorm) is vastgesteld, maar daarna niet meer.

Atsma  legt naar aanleiding van vragen van verschillende politieke partijen uit dat verbetering van het bestaande systeem niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Een emissiehandel op basis van cap-and-trade – zoals bij CO2 – had weinig veranderd aan het probleem dat andere Europese regelgeving  emissiehandel in de weg staat. Ook hogere prijzen en een uitbreiding van het systeem naar meer Europese landen zaten er niet in.

Atsma benadrukt dat het halen van de Europese NOx-emissiedoelen nog altijd prioriteit heeft. Dat in 2010 de emissieplafonds in Nederland zijn overschreden “is te verklaren door het niet goed functioneren van Europese maatregelen.”

Terug naar inhoud

NOx-uitstoot daalt met 8%

De NOx-uitstoot van Nederlandse bedrijfslocaties die aan het systeem van NOx-emissiehandel deelnemen, is in 2011 met 8% (4,8 kton) gedaald ten opzichte van 2010.

Net als in alle voorgaande jaren bestond er in 2011 een overschot aan NOx-emissierechten. Na jaren van daling is het overschot in 2011 wel enigszins toegenomen. In 2010 bestond er een overschot van 1,5 kton aan NOx-emissierechten, in 2011 is dit gestegen tot 2,1 kton. De totale NOx-cijfers over 2011 (inclusief onder andere het verkeer) zijn nog niet bekend.

Een volledig overzicht van de NOx-emissiecijfers is te vinden in een rapportage op de website van de NEa.

Terug naar inhoud

Nederlandse CO2-uitstoot daalt door elektriciteits- en chemiesector

De daling van de CO2-uitstoot van Nederlandse ETS bedrijven in 2011 (-4,7 Mton, -5,6%) is grotendeels het gevolg van een lagere CO2-uitstoot door de sector ‘Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas en warmte’ (-3,7 Mton CO2). Daarnaast doet de chemiesector een belangrijke duit in het zakje met 1,1 Mton minder CO2-uitstoot. Dit blijkt uit de nadere CO2-emissiegegevens over de jaren 2008-2011 die de NEa presenteerde tijdens de NEa Netwerkdag op 15 mei.

De lagere uitstoot in de elektriciteitssector is voor een deel toe te schrijven aan een lagere elektriciteitsproductie in Nederland. De oorzaak van de lagere uitstoot in de chemiesector is volgens Vianny Schyns (VNCI) waarschijnlijk een mix van de impact van de tweede crisis, een lagere warmekrachtbelasting en groot onderhoud.

CER’s en ERU’s
Uit de emissiegegevens blijkt ook dat bedrijfslocaties nog weinig gebruik maken van de mogelijkheid om emissierechten van buiten het EU-handelssysteem (CER’s en ERU’s) in te leveren, hoewel die goedkoper zijn dan de Europese emissierechten (EUA’s). De maximale hoeveelheid CER’s en ERU’s die Nederlandse bedrijfslocaties in de periode 2008-2012 mogen inleveren om hun CO2-uitstoot mee af te dekken, is 10% van hun toewijzing voor deze periode. Volgens de NEa hebben bedrijven tot nu toe slechts 2% van hun totale toewijzing aan CER’s of ERU’s ingeleverd. De papiersector heeft met 8,4% tot nu toe het meest gebruikt gemaakt van deze mogelijkheid.


Terug naar inhoud

Herziene wet emissiehandel gepubliceerd

Op 8 mei publiceerde het Staatsblad de herziene Wet milieubeheer en een gewijzigde verwijzing naar deze wet in de Wet op de Economische Delicten.
Beide wetten maken de juridische weg vrij voor de invoering van het gewijzigde Europese systeem voor CO2-emissiehandel vanaf 1 januari 2013. Verschillende onderdelen van de wetten kunnen op verschillende data in werking treden, sommige zelfs met terugwerkende kracht.

De herziene Wet milieubeheer regelt onder andere de nieuwe manier van toewijzing van kosteloze emissierechten, het veilen van rechten en het Europese register in de derde handelsperiode (2013-2020). De wijzigingen waren nodig om de nieuwe Europese richtlijn voor emissiehandel te implementeren in Nederlandse wetgeving.

Voor een schematisch overzicht van de Nederlandse en Europese wetgeving die op emissiehandel van toepassing zijn, zie de NEa-website.

Terug naar inhoud

Kamer bespreekt tussenstand CO2-emissiehandel

Vanmiddag zal de Tweede Kamer debatteren over het systeem voor emissiehandel.  Ter bespreking ligt onder andere een brief van staatssecretaris Atsma van Milieu over de stand van zaken in emissiehandel.

De Kamercommissie behandelt in het debat een groot aantal zaken, zoals de inzet van het kabinet bij de Rio+20 conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling, de kosteneffectiviteit van klimaatbeleid en enkele duurzame energie-onderwerpen.

In zijn notitie over emissiehandel verwijst Atsma naar enkele zaken die nu op Europees niveau spelen, zoals de compensatieregeling voor hogere elektriciteitsprijzen (zie elders in deze nieuwsbrief) en enkele maatregelen ter versterking van het systeem voor emissiehandel. Reeds vorige maand kondigde Europees klimaatcommissaris Connie Hedegaard aan dat zij haar ambtenaren opdracht heeft gegeven nog dit jaar met het eerste ETS-jaarverslag te komen (en niet in 2013).

Set-aside

Ter discussie liggen de plannen voor ‘domestic offsetting’, waarbij emissierechten kunnen worden verkregen buiten de ETS-sectoren, en de set-aside van emissierechten, waarbij het uit de markt houden van een aantal emissierechten tot hogere prijzen zou kunnen leiden. Naar domestic offsetting heeft Atsma al eerder een onderzoek gelast. Ten aanzien van set-aside zegt hij: ”De regering zal op Europees niveau meegaan in een verkenning van deze set-aside. Voor deze optie begint draagvlak te ontstaan onder een aantal lidstaten en binnen het Europees Parlement. Op ambtelijk niveau werkt Nederland mee met verkenningen.”

Geen koppeling

Atsma benadrukt nog eens dat in de Nederlandse systematiek, de inkomsten uit de veiling van emissierechten (veilingopbrengsten) niet zijn te koppelen aan specifieke uitgaven voor energie en klimaat. “In de begrotingssystematiek zijn inkomsten en uitgaven gescheiden.” Atsma zal dan ook kiezen om te rapporteren over de uitgaven die passen de energie- en klimaatdoelen, als equivalent van de veilingopbrengsten.
 
Terug naar inhoud

Abonnement
Inschrijven
Reageren
Archief Nieuwsbrieven

Websites Emissiehandel
NEa
Rijksoverheid
AgentschapNL
IenM op Twitter