NR. 96
19 DECEMBER 2011
Inhoud


EU en Nederland stippelen routes uit naar koolstofarm 2050
Vorige week heeft de Europese Commissie haar ‘Energy Roadmap 2050’ gepubliceerd waarin zij de mogelijke routes beschrijft naar een bijna klimaatneutrale energievoorziening in Europa in 2050. Vorige maand schreef staatssecretaris Atsma van Milieu al aan de Tweede Kamer hoe Nederland deze opgave zou kunnen invullen.

Begin 2011 startte de Europese Commissie met haar ‘Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050’ een proces waarbij Europa gaat definiëren hoe zij zal bijdragen aan de zogenoemde 2°C-doelstelling. Dit doel, dat door de gehele wereld wordt onderschreven, stelt dat de mondiale gemiddelde temperatuur deze eeuw niet meer dan 2°C mag stijgen. Volgens de klimaatwetenschap voltrekken zich bij een hogere stijging veranderingen in het klimaat en de leefomgeving die onomkeerbaar zijn en grotere schade toebrengen aan economieën. De Energy Roadmap 2050 is daarvan een nadere invulling voor energie in Europa. Nederland stelde al eerder de nationale ‘Klimaatbrief 2050’ op, die vorige maand verscheen.

Energie routekaart 2050

Vorige week presenteerde EU-commissaris voor Energie Oettinger The Energy Roadmap 2050. Omdat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80 tot 85% moet worden teruggedrongen en sommige sectoren – zoals landbouw en transport – maar beperkt kunnen reduceren, moet de uitstoot in de energiesector naar vrijwel nul. De routekaart omvat vijf mogelijke scenario’s voor de route naar een koolstofarme energievoorziening. “De uiteindelijke route zal een combinatie zijn van deze scenario’s,” zei Oettinger tijdens de persconferentie.

De vijf scenario’s (Besparing; Duurzame energie; Vertraagde CCS; Van Alles Wat; Weinig Kernenergie) verschillen qua inzet van technologie, maar leiden elk tot ongeveer gelijkblijvende of zelfs lagere kosten ten opzichte van de referentiescenario’s. Besparing en duurzame energie zijn cruciaal, terwijl investeringen nu de beste garantie zijn voor lagere prijzen later, aldus de Routekaart.

Over de te gebruiken beleidsinstrumenten laat de Routekaart zich nog niet uit. Wel blijft CO2-emissiehandel een steunpilaar. Maar het document bevat bijvoorbeeld nog geen voorstellen voor besparings- of duurzame energiedoelstellingen voor 2030. Volgens Oettinger is de Routekaart een aanzet tot de discussie die binnen twee jaar wellicht tot nieuwe doelstellingen voor 2030 zou kunnen leiden.

Nederlandse route

De Nederlandse Klimaatbrief 2050 omschrijft enkele scenario’s voor Nederland, op basis van studie van het Centraal Planbureau CPB en het Planbureau voor de Leefomgeving PBL. “Het kabinet kiest de bouwstenen, dilemma’s en uitdagingen als vertrekpunt voor een volgende stap in de samenwerking tussen het rijk, decentrale overheden, bedrijfsleven, burgers, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Uit de verkennende dialoogronde en vooral ook uit de talrijke lopende initiatieven blijkt dat hiervoor een vruchtbare voedingsbodem bestaat,” aldus staatssecretaris Joop Atsma van IenM.

Wel zegt hij dat Nederlands beleid alleen zinvol is in de context van internationale klimaatafspraken. De laatste klimaatconferentie in Durban (zie elders deze Nieuwsbrief Emissiehandel) heeft zoals verwacht zo’n raamwerk nog niet opgeleverd, maar stelt die wel in het vooruitzicht voor de periode na 2020.
De Klimaatbrief identificeert vier bouwstenen voor een klimaatneutraal Nederland in 2050:
  • Meer gebruik van stroom die bovendien klimaatneutraal wordt opgewekt;
  • Duurzame biomassa;
  • Een hogere energie-efficiëntie; en
  • CO2-opvang en opslag (CCS).
Inzetten van deze bouwstenen zal vooral in de industrie, de elektriciteitssector en de gebouwde omgeving leiden tot drastisch lagere uitstoot. Zelfs ‘negatieve emissies’ zijn mogelijk als de CO2 afkomstig van biomassagebruik wordt opgevangen en opgeslagen. In landbouw en transport worden de emissies minder ver teruggedrongen.

‘Comparatieve voordelen’

In de dialoog die voorafging aan de Klimaatbrief hebben allerlei gesprekspartners benadrukt dat Nederland gebruik moet maken van zijn ‘comparatieve voordelen’ en mogelijke economische voordelen. In de elektriciteitsproductie zitten die bijvoorbeeld in biomassa (de ‘biobased economy’), kolentoevoer, CCS en windenergie. De industrie vindt efficiëntie, hergebruik van afval en biomassa belangrijk.

Nederland ziet het Europese systeem voor emissiehandel als de hoeksteen van een kosteneffectief Europees klimaat- en energiebeleid en vindt het van groot belang om te zorgen dat het ETS ook in de toekomst sterk en solide is. Er is nog geen langetermijndoel na 2020 vastgelegd in wet- en regelgeving. Het ontbreken van expliciete wet- en regelgeving voor de periode na 2020 leidt tot onzekerheid bij marktpartijen. Het kabinet zet in op een EU-doelstelling van 40% emissiereductie in 2030, maar wel onder voorwaarde dat er een ‘adequate mondiale inspanning’ bestaat en een ‘adequate waarborging van de concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven’.

Over de verdere uitwerking van een bijna klimaatneutrale economie wil het kabinet in dialoog blijven met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. In 2014 zal een update van alle initiatieven plaatsvinden. “Met een goede voorbereiding is het niet alleen een opgave maar ook een eervolle en uitdagende onderneming die tal van kansen biedt om de Nederlandse economie duurzaam in het zadel te houden,” aldus Atsma.

Terug naar inhoud


Mijlpaal vrijwillig annuleren emissierechten
Energieproducent Vattenfall heeft vrijwillig een recordaantal emissierechten geannuleerd bij de Nederlandse Emissieautoriteit.

Het energiebedrijf annuleerde in totaal 40.400 CERs die op het moment van annuleren een marktwaarde vertegenwoordigden van meer dan 2 ton Euro. Met deze actie compenseert Vattenfall de CO2-uitstoot van de dienstreizen die het bedrijf maakte in 2010.

Door het annuleren van emissierechten kunnen andere partijen met compensatieverplichtingen, zoals bedrijven die meedoen aan emissiehandel of landen die een Kyoto-verplichting hebben, geen gebruik meer maken van deze rechten.

Volgens Jan K. Johansson, environmental controller van Vattenfall, is er een toenemend appèl op ondernemingen om hun deel van de verantwoordelijkheid te nemen in duurzaamheidsvraagstukken. “ETS is een voorbeeld waar dit wordt gedaan door middel van regelgeving. Vattenfall heeft ervoor gekozen om CO2-emissies van zijn lucht-, spoor- en autoreizen vrijwillig te compenseren door middel van CDM-projecten. Hiermee nemen wij ons deel van de verantwoordelijkheid, bovenop het naleven van ETS-regelgeving, en willen wij voldoen aan de hoge verwachtingen die aan ons worden gesteld," aldus Johansson.

Terug naar inhoud


Europese Commissie stelt invoering EU-register uit
De Europese Commissie heeft 30 november bekend gemaakt dat de transitie van de nationale CO2-registers voor emissiehandel naar een centraal EU-register is uitgesteld. De transitie zou rond de jaarwisseling 2011/2012 plaatsvinden, maar is nu gepland voor juni 2012.

De belangrijkste reden voor het uitstel is dat de Europese Commissie meer tijd wil om de voorbereidingen voor de transitie te treffen. Daarnaast wil het de transitie niet samen laten vallen met het afsluiten van het handelsjaar 2011.

Gevolgen
Het uitstellen van de transitie heeft de volgende concrete gevolgen voor gebruikers:
  • Gebruikers van het Nederlandse register blijven een half jaar langer de bestaande software gebruiken. De eerder aangekondigde veranderingen worden niet rond de komende jaarwisseling doorgevoerd, maar in juni 2012.
  • De twee weken waarop het register onbeschikbaar zal zijn in verband met de transitie, worden verplaatst van rond de jaarwisseling naar juni 2012.

Luchtvaart
Vanaf 30 januari 2012 zal het voor luchtvaartmaatschappijen onder emissiehandel wel mogelijk zijn om een rekening in het EU-register te openen. Uiterlijk 28 februari ontvangen de luchtvaartmaatschappijen de toegewezen emissierechten op deze rekening. Zij kunnen deze emissierechten pas verhandelen nadat de registertransitie volledig is afgerond.

De komende tijd wordt duidelijk of in het nationale register nog extra beveiligingsmaatregelen doorgevoerd zullen worden. Als dit zo is, informeert de NEa de gebruikers van haar register hier tijdig over.

Terug naar inhoud


Voorlopige kosteloze toewijzing bekend voor meeste bedrijven
Bedrijven die voor 1 oktober gegevens hebben aangeleverd voor de kosteloze toewijzing van emissierechten in de derde handelsperiode, hebben op donderdag 8 december via een e-mail een terugkoppeling gekregen van de NEa over de verwachte voorlopige toewijzing.

De voorlopige toewijzing is nog niet de definitieve toewijzing: voor elektriciteitsopwekkers wordt de lineaire reductiefactor nog toegepast, de andere inrichtingen krijgen mogelijk te maken met een uniforme correctiefactor die nog bepaald moet worden door de Europese Commissie.

Puntjes op de i
Gegevens van inrichtingen die zijn opgedeeld in meerdere broeikasgasinstallaties zijn ook grotendeels binnen en deze worden in de komende weken gecontroleerd. Alex Pijnenburg, projectleider bij de NEa: “Het einde is in zicht. We zetten nu de laatste puntjes op de i met de laatste inrichtingen. Daarna kunnen we overgaan tot het proces van publiceren.” De NEa verwacht dat het ontwerp Nationaal Toewijzingsbesluit (NTB) voor 1 maart  2012 gepubliceerd zal kunnen worden. De Staatssecretaris van IenM stelt uiteindelijk het Nationaal Toewijzingsbesluit vast.

Belanghebbenden kunnen zienswijzen indienen tegen het ontwerp-NTB en – nadat de notificatieprocedure bij de Europese Commissie is afgerond -  beroep instellen tegen het definitieve NTB.

Terug naar inhoud


Kamer bijna akkoord met wetswijziging
In een debat heeft de Tweede Kamer zich eind november in grote lijnen akkoord verklaard met de wetswijziging die nodig is voor de emissiehandel na 2012. Enkele voorstellen voor amendementen en enkele moties moeten nog in stemming komen.

Het debat over de wijziging van de Wet Milieubeheer ging over een groot aantal – meest technische – onderwerpen zoals veilingen, monitoren en de toetreding van de luchtvaart tot het EU-systeem. Het debat is nog niet geheel afgerond en is nu gepland voor dinsdag 20 december.

Amendementen

Aan de orde komen dan bijvoorbeeld vier amendementen: twee over de besteding van veilingopbrengsten aan energie- en klimaatbeleid, twee over ‘domestic offsetting’ (binnenlandse emissiereductieprojecten). Over het eerste onderwerp heeft staatssecretaris Joop Atsma al laten weten dat oormerken van opbrengsten niet conform de Nederlandse begrotingsdiscipline is. “Nederland geeft nu ook al meer uit aan het klimaat- en energiebeleid dan een equivalent van 50% van de verwachte veilingopbrengsten.” Paulus Jansen van de SP wil overigens 90% van de veilingopbrengsten aan energie- en klimaat besteden, maar ook dat amendement ontraadt Atsma.

Ten aanzien van ‘domestic offsetting’ wil Atsma het amendement van Leegte (VVD) en Van der Werf (CDA) wel overnemen, en dat van Van Veldhoven (D66) niet. Dat betekent dat de staatssecretaris ruimte in de wet wil laten voor de mogelijkheid van domestic offsetting. Als de EU daarvoor regels heeft vastgesteld verplicht de overheid zich niet tot het toestaan van dergelijke projecten. Van Veldhoven wil die verplichting wel.

De amendementen komen – indien gehandhaafd door de indieners – komende week in stemming.

Terug naar inhoud


Klimaattop Durban: gemengde reacties
De klimaattop in Durban (Zuid-Afrika) is uitgemond in de afspraak om vóór 2015 tot klimaatafspraken vanaf 2020 te komen. Alle 195 deelnemende landen hebben zich daarop vastgelegd. Ook enkele andere afspraken zijn gemaakt, zoals over een tweede periode voor het Kyoto Protocol.

De uitkomst van Durban leidde tot gemengde reacties. De meeste politici toonden zich tevreden, haast opgelucht, terwijl milieuorganisaties de voortgang als mager betitelden. Voorafgaand aan Durban was er nog de vrees dat de onderhandelingen tot niets zouden leiden en zelfs het Kyoto Protocol naar de prullenmand zouden verwijzen. Dat is niet gebeurd, want unaniem hielden de landen de weg open naar nieuwe afspraken. Die krijgen een ‘juridische geldigheid’, al is nog onduidelijk wat dat zal betekenen.

De afspraken gaan pas vanaf 2020 gelden en moeten uiterlijk in 2015 zijn vastgelegd. Voor de periode tot 2020 zijn geen extra ambities door landen vastgelegd. Volgens wetenschappelijke analyses raakt de doelstelling om de mondiale temperatuurverandering onder 2 graden Celsius te houden daardoor verder buiten bereik.

Kyoto Protocol

Wel gaat het Kyoto Protocol in 2013 - na afloop van de eerste ‘commitment periode’ 2008-2012 -  een tweede periode in. Onzeker is nog welke landen mee gaan doen (EU en Noorwegen wel, Canada, Rusland en Japan niet), maar het aantal landen zal kleiner zijn en de doelstellingen vooral vrijwillig. Voor 1 mei 2012 moeten landen die aan deze nieuwe periode meedoen hun doelen uitwerken en inleveren bij het VN Klimaatbureau.

Belangrijk gevolg van de voortzetting van het Kyoto Protocol is wel dat ook alle instrumenten zoals CDM in principe worden voortgezet. Wellicht gebeurt dat in gewijzigde vorm, maar daarover wordt pas later besloten. De ontwikkelingslanden dreigden dergelijke instrumenten stop te zetten als de rijkere landen het Protocol niet zouden voortzetten. Het was vooral de EU die zich voor ‘Kyoto’ inspande.

Ook op andere deelterreinen zijn nieuwe stappen gezet, zoals bij nieuwe instrumenten voor emissiereductie in ontwikkelingslanden, het Green Fund (dat 100 miljard $ per jaar gaat beheren) en ten aanzien van CO2-opslagprojecten die nu in CDM worden toegelaten. Ook ten aanzien van herbebossing en technologische samenwerking tussen industrie- en ontwikkelingslanden zijn concretere afspraken gemaakt.

Geen gevolgen voor ETS

Voor het Europese systeem van emissiehandel lijkt de uitkomst van Durban vooralsnog geen ingrijpende gevolgen te hebben. De meeste relevante instrumenten blijven intact en ook de doelstellingen voor 2020 zijn niet veranderd. Enige geruststelling klonk door op de markten voor emissiehandel, maar de prijs van EU emissierechten zakte deze week wel verder in (zie ook elders in deze Nieuwsbrief Emissiehandel). Wel is er nog onzekerheid over de mogelijkheid om emissierechten vanuit CDM om te zetten. De EU besloot eerder dat alleen rechten uit de armste landen mogen worden omgezet, tenzij een internationaal klimaatakkoord zou worden gesloten. Het is onzeker of het Durban-akkoord als zodanig geldt. Als de Commissie oordeelt dat aan de voorwaarde wordt voldaan, komen ook rechten uit bijvoorbeeld Brazilië en China weer in aanmerking voor omwisselen met EU emissierechten.

Terug naar inhoud


Analyse CO2-prijs: ‘Als EU voortrekkersrol wil behouden, dan naar -30%’
Vorige week sloot de spotprijs van EUAs onder de € 7. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van deze historische koersval? En welke consequenties heeft een lage CO2-prijs? Moet Europa ingrijpen? De visie van Peter Sprengers, senior carbon analist bij het Noorse Statkraft, de grootste producent van duurzame energie in Europa.

Wat is de belangrijkste reden van de lage CO2-prijs? “De belangrijkste redenen zijn de huidige economische crisis en de lage groeiverwachtingen voor de komende tijd. De laatste tijd is er onder handelaren consensus ontstaan dat de vraag naar rechten de komende jaren lager zal zijn dan het aanbod.”

Er wordt nog wel gehandeld. Hoe komt het dat er toch nog aardig wat handel is? “De volumes zijn inderdaad nog gezond. Dat zie je wel vaker bij markten met dalende prijzen. Partijen proberen nog snel te profiteren voordat de marktprijs nog lager wordt en bieden dus massaal hun rechten aan. Kopers weten dat en wachten rustig af tot de prijs nog lager wordt. Dat zie je nu vooral bij CDM-projecten gebeuren. Wat hier ook kan meespelen, is de behoefte van bedrijven aan geld op korte termijn. Banken draaien de kraan eerder dicht. Bedrijven kunnen hun kaspositie dan toch verbeteren door emissierechten in te ruilen voor cash. Of dit veel gedaan wordt, is moeilijk in te schatten.”

Welke consequenties heeft een lage CO2-prijs? “CO2 maakt een belangrijk deel uit van het kostenplaatje voor energieopwekking. Door de lage CO2-prijs is de business case voor een gasgestookte centrale dusdanig verslechterd, dat nu kolencentrales weer aantrekkelijker zijn. Ook het investeren in CDM-projecten wordt onaantrekkelijk, waar nu vooral least developed countries last van hebben. Alleen de credits uit projecten die na 2012 geregistreerd worden uit deze landen worden nog toegelaten tot het EU ETS.”

Moet Europa ingrijpen of moet de markt gewoon zijn gang gaan? “Ik vind wel dat de markt zijn werk moet doen. Maar als Europa haar voortrekkersrol wil behouden, dan is het nu de tijd om over te stappen naar 30% emissiereductie, met een aangescherpt ETS-plafond als gevolg. In de ETS-richtlijn staat deze mogelijkheid expliciet benoemd. Zeg nou zelf, hoe ambitieus is het om een doelstelling voor 2020 te hebben die je nu al hebt gehaald?  Misschien dat dit onderwerp volgend jaar, met Denemarken als voorzitter van de EU, weer op de agenda wordt gezet.”

Terug naar inhoud


Nederland veilt twee miljoen rechten voor €8,05 per stuk
In opdracht van de Nederlandse overheid heeft het Duitse handelsplatform EEX op 24 november twee miljoen emissierechten geveild.

De EUA’s zijn verkocht voor € 8,05 per recht, waarmee de referentieprijs op de secundaire markt werd geëvenaard. De veiling, die 2,4 keer was overschreven en daarmee goed was bezocht, was de laatste van 2011.

Het tijdstip van veilen blijkt belangrijk te zijn. Tijdens de vorige veiling op 27 oktober haalde Nederland nog €10,30 per recht binnen, waardoor 4,5 miljoen euro meer werd opgehaald dan op 24 november. Inmiddels is de spotprijs van EUA’s gedaald tot onder de 7 euro per stuk.

Vier veilingen in 2012
EEX organiseert in 2012 nog eens vier veilingen van ieder een miljoen emissierechten voor Nederland. De data van deze veilingen zijn: 23 februari, 22 maart, 19 april en 14 juni. De vier miljoen EUA’s die EEX volgend jaar zal veilen, zijn de laatste van de in totaal zestien miljoen Nederlandse EUA’s die tijdens de tweede fase van het EU ETS (2008-2012) onder de hamer gaan.

Daarnaast veilt Nederland via een gezamenlijk Europees platform in 2012 nog eens 3,9 miljoen rechten in het kader van de ‘early auctions’ voor de derde handelsfase (vanaf 1 januari 2013). Dit blijkt uit het amendement op de Veilingverordening, waarover een eerdere Nieuwsbrief al berichtte en dat nu officieel gepubliceerd is. In totaal worden volgend jaar 120 miljoen rechten uit de derde handelsfase via veilingen op de markt gebracht.

Terug naar inhoud


Lidstaten akkoord met nieuwe MRV-regels
De lidstaten van de EU hebben woensdag 14 december, in de Climate Change Committee, twee verordeningen voor monitoring en reporting als ook verificatie en accreditatie goedgekeurd.

De nieuwe MRV-regels maken het monitoringsproces volgens de Commissie completer, preciezer en transparanter. Zoals in een eerdere Nieuwsbrief aangegeven, betekenen de nieuwe regels dat de vergunningen voor bestaande ETS-deelnemers geactualiseerd moeten worden. De NEa zal begin 2012 de huidige en toekomstige deelnemers informeren over de verlening en actualisatie van vergunningen. Ook kan het bedrijfsleven uitgebreide voorlichting verwachten over de veranderingen in de opzet en inhoud van hun monitoringsplannen.

Met de nieuwe MRV-regels is een belangrijke stap gezet in het vormgeven van de derde handelsfase van de ETS.

Terug naar inhoud


Afsluiten handelsjaar 2011
Binnenkort zullen bedrijfslocaties weer hun activiteiten starten voor het afsluiten van het handelsjaar 2011.

Bedrijfslocaties die in 2011 een emissievergunning hadden, maken komend voorjaar de balans op door hun uitstoot over 2011 te berekenen. Bedrijven hebben hiervoor twee verplichtingen.
  • Voor 1 april 2012 moeten bedrijven een geverifieerd emissieverslag hebben ingediend bij de NEa, vergezeld van een verklaring van de verificateur. De emissiegegevens moeten dan ook zijn ingevoerd in de betreffende registers en door de verificateur zijn bevestigd.
  • Voor 1 mei 2012 moeten bedrijven voldoende rechten hebben ingeleverd om hun uitstoot over 2011 te dekken.
Omdat de NEa in verband met Koninginnedag op maandag 30 april gesloten is, kunnen bedrijfslocaties op vrijdag 27 april voor het laatst de helpdesk van de NEa vragen stellen over het inleveren van emissierechten. De NEa raadt bedrijfslocaties daarom aan voor 27 april de emissierechten in te leveren.

Meer informatie over het afsluiten van het handelsjaar staat op de NEa-website.

Meldingen 2011 vóór 1 februari
Bedrijven moeten sommige veranderingen binnen de bedrijfslocatie bij de NEa melden. Als er in 2011 meldingsplichtige veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan hebben plaatsgevonden die nog niet aan de NEa zijn gemeld, moet het bedrijf dat zo spoedig mogelijk alsnog doen.

Over meldingen die worden ingediend voor 1 februari 2012 kan de NEa voor 31 maart gegarandeerd een besluit nemen, zodat de verificateur het besluit eventueel alsnog kan betrekken bij de verklaring over het emissieverslag. Voor meldingen die later worden ingediend kan de NEa die garantie niet geven. Voor meer informatie over de meldingsplicht zie de NEa website

Terug naar inhoud


Nederlandse Emissieautoriteit wordt zelfstandig bestuursorgaan
Vanaf 1 januari 2012 zal de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) haar taken gaan uitvoeren als zelfstandig bestuurorgaan.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft inmiddels de vijf leden van het bestuur van de NEa benoemd. Voorzitter van het bestuur is dr. Dorette Corbey, onder meer oud-Europees parlementslid, voorzitter van de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa en directeur van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT). Ook Elfrieke van Galen, Cees de Visser, Maus van Loon en Ton Hoff zullen deel uitmaken van het bestuur van de NEa.

Met het benoemen van Corbey en het bestuur is de onafhankelijke positie van de NEa als toezichthouder op CO2- en NOx-emissiehandel in Nederland gewaarborgd. Het bestuur zal met name verantwoordelijk zijn voor het nemen van de sanctiebesluiten. Corbey: “Het is belangrijk dat er goed zicht is op de uitstoot van broeikasgassen en andere stoffen. De NEa vervult deze rol al enige jaren met grote toewijding. Een bestuur met onafhankelijke besluitvorming optimaliseert de werking van het emissiehandelsysteem bovendien. Vanuit deze gedachte verheug ik me erop hieraan een bijdrage te leveren.“

Taken
De NEa ondersteunt de uitvoering van CO2- en NOx-emissiehandel en toetst als onafhankelijk toezichthouder de naleving van de regels. Sinds 1 januari 2011 is de NEa ook verantwoordelijk voor de naleving van de regelgeving over biobrandstoffen. De NEa is in 2005 opgericht en heeft ruim 40 medewerkers.
De NEa heeft zeven kerntaken:
  • verlenen en actualiseren van emissievergunningen;
  • toewijzen en verlenen van emissierechten;
  • beheren van het CO2- en het NOx-register;
  • uitvoeren van toezichtbezoeken;
  • eventueel opleggen van sancties;
  • toezien op het inleveren van voldoende emissierechten;
  • toezien op de naleving van regelgeving van biobrandstoffen.

Nieuw NEa-mailadres
De NEa heeft met ingang van 15 december 2011 haar e-mailadressen veranderd naar ‘@emissieautoriteit.nl’. E-mails naar het oude adres (eindigend op ‘@minvrom.nl’) worden voorlopig nog doorgestuurd en ontvangen.

Terug naar inhoud


Abonnement
Inschrijven
Reageren
Archief Nieuwsbrieven

Websites Emissiehandel
NEa
Rijksoverheid
AgentschapNL
IenM op Twitter