NR. 100
26 APRIL 2012
Inhoud

CO2-emissies dalen met 5,6%

De emissies van Nederlandse installaties die onder CO2-emissiehandel vallen, zijn in 2011 met 5,6% gedaald. Dit blijkt uit de emissieverslagen die bedrijven voor 1 april aan de NEa hebben aangeleverd..

De daling is daarmee sterker dan in de rest van Europa, waar gemiddeld een daling van 2,4% is vastgesteld. De grootste daling van emissies vond plaats in Bulgarije (-23,4%), Frankrijk (-18,6%) en de Scandinavische landen (-12 tot -15%) . Grootste stijgers waren Roemenië (+8,7%) en Spanje (+8,7%).

De 377 installaties die in Nederland onder CO2-emissiehandel vallen hebben in 2011 in totaal 80,0 Mton CO2 uitgestoten. Afgezet tegen de 87,4 miljoen emissierechten die zij vorig jaar gratis ontvingen, hebben de bedrijfslocaties gezamenlijk een overschot van 7,4 miljoen emissierechten, ofwel 8,5% van de totale kosteloze toewijzing. Dit is een forse toename van het overschot ten opzichte van 2010, toen 1,1 miljoen emissierechten (1,3%  van de allocatie) in de spaarpotten verdween.

De daling van de Nederlandse uitstoot is waarschijnlijk grotendeels te danken aan de energiesector. Uit cijfers van het CBS blijkt bijvoorbeeld dat Nederland in 2011 4,6% minder elektriciteit heeft geproduceerd dan in 2010, terwijl de maakindustrie daarentegen juist 3,3% meer goederen produceerde.

Op dit moment voert de NEa een nadere analyse uit van de emissiecijfers. De resultaten hiervan zullen tijdens de NEa Netwerkdag op 15 mei (zie elders in de Nieuwsbrief), bekend worden gemaakt.

Terug naar inhoud

ETS implementatiewet aangenomen door Eerste Kamer

De implementatiewet emissiehandel is op 17 april afgehamerd in de Eerste Kamer.

Hoewel er in de eerste schriftelijke ronde opmerkelijk veel vragen werden gesteld, bleken de antwoorden van staatssecretaris Atsma afdoende en was een tweede vragenronde niet nodig. De PVV-fractie merkte op dat als er gestemd zou zijn, de partij tegen zou hebben gestemd.

De implementatiewet zal op korte termijn in het Staatsblad worden gepubliceerd en kan dan rond de zomer inwerking treden. De wet vormt de juridische grondslag voor onder meer het Nationaal Toewijzingsbesluit, dat onlangs naar Brussel is opgestuurd ter notificatie.

In de volgende Nieuwsbrief zal een kort overzicht worden gepubliceerd van alle relevante Nederlandse wetten, besluiten en regels betreffende emissiehandel.

Terug naar inhoud

Column: Hollands polderoverleg blijft belangrijk voor emissiehandel

Na 99 Nieuwsbrieven, tien jaar handelen op de markt en even lang minutieus ontwerpen van wetgeving, is het Europese systeem voor emissiehandel in een nieuwe fase beland. Het systeem is vanaf 1 januari 2013 bijna geheel ‘Europees’. Dat levert een gelijk speelveld op voor alle deelnemende Europese bedrijven. Maar er blijven genoeg redenen voor de Nederlandse overheid om de communicatie van de binnenlandse bedrijven op een hoog peil te houden: niet alleen per Nieuwsbrief Emissiehandel, maar ook via andere kanalen.

In de tijd van de allereerste, nog officieuze transactie van emissierechten in voorjaar 2003 door NUON en Shell (zie elders in deze jubileumuitgave) zaten ambtenaren en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven regelmatig om de tafel om het Europese systeem mede te ontwerpen. Het was een vruchtbare, creatieve periode, met het Hollandse ‘poldermodel’ in optima forma. Die communicatie is de afgelopen tien jaar tot ieders tevredenheid in stand gehouden. Niet alleen informeert de overheid het bedrijfsleven, de bedrijven stellen ons ook op de hoogte van ontwikkelingen en opinies in hun kringen en denken met ons mee.

Dat emissiehandel nu nog meer vanuit Brussel wordt gecoördineerd, zorgt er wel voor dat het Hollandse polderoverleg op een wat andere leest wordt geschoeid. Maar dit overleg is niet minder belangrijk geworden. Integendeel. Het systeem voor emissiehandel omvat met elementen als benchmarking en carbon leakage veel details om over te onderhandelen. Belangen van de Nederlandse overheid en de bedrijven lopen soms parallel en zijn soms tegengesteld. Maar het is een goede regel dat bestuurders bij het bepalen van hun beleid alle kanten in ogenschouw nemen en zich op de hoogte stellen van voor- en nadelen. Communicatie blijft dus cruciaal.

Communicatie heeft anno 2012 vele gezichten. Emissiehandel is soms ‘trending topic’ op twitter, er zijn vele nuttige websites (rijksoverheid.nl, NEa, CO2markt.eu), de kranten berichten regelmatig, brieven, en soms verloopt de communicatie gewoon ouderwets via de telefoon.

In de publieke opinie is het beeld over emissiehandel momenteel misschien niet heel positief. Het is aan bedrijven én overheid om de communicatie op een hoog peil te houden, dat beeld bij te stellen en emissiehandel de toekomst te geven die zij verdient. Daarin wens ik de Nieuwsbrief Emissiehandel ook in de nabije toekomst een belangrijke rol toe.

Mariëtte van Empel
Directeur Klimaat, Lucht en Geluid
Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Terug naar inhoud

Bedrijven halen eerste deadline handelsjaar 2011

De NEa heeft van 473 bedrijven het emissieverslag over 2011 op tijd ontvangen.

Dat betekent dat bijna alle deelnemers aan het Nederlandse systeem voor emissiehandel (zowel CO2 als NOx) hiermee op tijd hebben voldaan aan hun eerste verplichting afsluiten handelsjaar.

Uiterlijk 30 april inleveren emissierechten
De volgende deadline voor bedrijven die handelsjaar 2011 afsluiten is 30 april 2012. Dan moeten zij voldoende emissierechten in het register hebben ingeleverd om hun uitstoot over 2011 te vereffenen. Bij verschijnen van de Nieuwsbrief hebben 62 van de 476 bedrijfslocaties nog niet of nog niet voldoende emissierechten ingeleverd.

Instructies en meer informatie
  • Instructies voor het inleveren van emissierechten staan in de Handleidingen Registers.
  • Meer informatie over het afsluiten van het handelsjaar 2011: website van de NEa.
  • Voor vragen over de registers of over het nakomen van verplichtingen over 2011 is de Helpdesk NEa beschikbaar.

Helpdesk NEa
In de week van 23 april t/m 27 april 2012 is de Helpdesk NEa van 9.00 tot 17.00 uur open. Vragen zijn welkom via de mail op info@emissieautoriteit.nl of telefonisch op 070-339 5250.

LET OP!

Het Register CO2 Emissiehandel is vanwege veiligheidsredenen dagelijks tussen 17.30 en 9.00 uur én in het weekend offline.

De Helpdesk NEa is op maandag 30 april in verband met Koninginnedag gesloten. Dit betekent dat de Helpdesk voor het laatst op vrijdag 27 april ondersteuning biedt! De NEa raadt bedrijfslocaties aan ervoor te zorgen dat zij uiterlijk op 27 april voldoende rechten ingeleverd hebben.

Terug naar inhoud

NEa-netwerkdag 15 mei

Op 15 mei aanstaande organiseert de NEa een netwerkdag.

Tijdens deze middag kunnen relaties kennismaken met het bestuur van het Zelfstandige Bestuursorgaan (ZBO) en presenteert de NEa een analyse van de emissiecijfers over 2011, die dan vers van de pers zijn.
 
Prominente sprekers zoals Hans Alders (EnergieNederland), en mogelijk ook Ruud Lubbers en Yvonne Slingenberg (Europese Commissie) zullen hun visie op het systeem van emissiehandel geven.

De netwerkdag vindt vanaf 14.30 uur plaats in het Centre Court gebouw in Den Haag. Een uitgebreid programma en een aanmeldformulier zijn te vinden op de website van de NEa.

Terug naar inhoud

Nederland notificeert toewijzingsbesluit

Het ministerie van IenM heeft de gegevens voor de toewijzing voor de periode 2013-2020 begin april aan de Europese Commissie toegezonden.

De vaststelling en de formele publicatie van het definitieve Nationale Toewijzingsbesluit (NTB) in Nederland zullen plaatsvinden nadat het wetsvoorstel tot herziening van de Wet milieubeheer waarop het besluit is gebaseerd, wet is geworden en in werking is getreden. Dit wetsvoorstel is recent door de Eerste Kamer aangenomen (zie artikel elders in deze Nieuwsbrief). IenM kan het definitieve toewijzingsbesluit naar verwachting in juli 2012 publiceren.

Toetsing door Europese Commissie
De toewijzing van gratis emissierechten moet volgens de Europese Richtlijn worden genotificeerd bij de Europese Commissie. De Europese Commissie zal de toewijzing voor elk bedrijf toetsen aan de Europese toewijzingsregels (de CIM), zodat er sprake is van een geharmoniseerde toewijzing in de gehele EU. De Europese Commissie heeft de mogelijkheid lidstaten te vragen de toewijzing in individuele gevallen aan te passen.

Uniforme correctiefactor
Om te zorgen dat de totale kosteloze toewijzing van alle lidstaten niet het maximum overschrijdt dat hiervoor is gereserveerd, het zogeheten ‘industrieplafond’, zal de Europese Commissie mogelijk nog een uniforme correctiefactor toepassen voor installaties die niet zijn aangemerkt als elektriciteitsopwekker. Voor installaties die wel zijn aangemerkt als elektriciteitsopwekker is er geen aanvullende correctiefactor; deze hebben de lineaire factor al toegepast gekregen over hun eventuele toewijzing van gratis rechten.

Definitieve toewijzing
Zekerheid over het definitief aantal toe te wijzen rechten is dus niet eerder te geven dan nadat de Europese Commissie het onderzoek voor alle lidstaten heeft afgerond en al dan niet besloten heeft om nog een uniforme correctiefactor vast te stellen. Als de beoordeling van de Commissie leidt tot wijzigingen in de toewijzing, dan zal IenM nog een aangepast toewijzingsbesluit publiceren. Dit wordt in de Staatscourant bekendgemaakt. Op het moment dat het toewijzingsbesluit gepubliceerd wordt, begint ook de beroepstermijn tegen het nationaal toewijzingsbesluit voor de periode 2013-2020. De verwachting is dat het nog geruime tijd kan duren voordat de Europese Commissie dit proces heeft afgerond.

Terug naar inhoud

Nieuwe aanvragen nieuwkomers pas in tweede helft 2012

Pas nadat de aangepaste Wet milieubeheer medio dit jaar in werking is getreden kunnen bedrijven ook aanvragen doen voor emissierechten uit de nieuwkomersreserve voor de periode 2013-2020.

Er kunnen voor de derde handelsperiode extra rechten worden toegewezen als er sprake is van een geheel nieuwe inrichting óf als bestaande inrichtingen een capaciteitsuitbreiding hebben van meer dan 10% in één van de subinstallaties. Bedrijven kunnen in aanmerking komen voor deze regeling als de uitbreiding is ‘gestart’ na 30 juni 2011.

Capaciteitsreductie en gedeeltelijke sluiting
Nieuw in de derde handelsperiode (vanaf 1-1-2013) is dat de toewijzing ook naar beneden moet worden bijgesteld als er sprake is van een capaciteitsreductie in één van de subinstallaties van meer dan 10% óf als er sprake is van een zogeheten ‘gedeeltelijke sluiting’. Een gedeeltelijke sluiting kan aan de orde zijn als in een van de subinstallaties het jaarlijkse activiteitenniveau (b.v. productie van een product met een benchmark, of de warmteconsumptie) met meer dan 50% daalt ten opzichte van het niveau waarop in het toewijzingsbesluit is toegewezen.

In de aangepaste wet milieubeheer is een verplichting tot melding opgenomen indien een van deze situaties aan de orde is. Ook een bedrijfsbeëindiging moet aan de NEa worden gemeld. De meldingsplicht behelst dat alle relevante wijzigingen sinds 30 juni 2011 gemeld moeten worden.

Nadere informatie
De NEa zal bedrijven nog uitgebreid informeren over de aanvragen door nieuwkomers en de meldingsplicht. Op de website van de NEa staan de publicaties over de toewijzing van kosteloze emissierechten en een antwoord op de meest gestelde vragen.

Terug naar inhoud

Carbon 2012: ‘CO2 –kosten minder belangrijk’

Bedrijven zien CO2-kosten als ‘minder doorslaggevend’ in het nemen van investeringsbeslissingen. Dat concludeert marktanalist Point Carbon op basis van een jaarlijks terugkerend CO2-marktonderzoek.

Uit de cijfers blijkt dat het aandeel respondenten dat het EU ETS als bepalend bestempelt in investeringsbeslissingen met 6 procentpunt is gedaald tot 38%. Ook in 2011 daalde dit aandeel al met 3 procentpunt. Point Carbon noemt drie oorzaken voor de dalende impact van het EU-ETS: de lage CO2-prijs, tamme economische vooruitzichten, en de energiebesparingsrichtlijn.

Point Carbon editor Carina Heimdal merkt op dat een lage CO2-prijs niet betekent dat het EU-ETS niet functioneert. “In feite reflecteert de lage CO2-prijs het feit dat additionele reducties niet nodig zijn om het 2020 doel te halen”.

Terug naar inhoud

Nederland veilt een miljoen rechten voor €7,02 per stuk

Op donderdag 19 april heeft Nederland één miljoen emissierechten (EUA’s) geveild voor 7,02 euro per recht.

De prijs lag net onder de referentieprijs op dat moment op de EEX-spotmarkt (€7,03). Het veilingaanbod werd 3,6 maal overschreven, en is daarmee een fractie beter bezocht dan de vorige veiling. Ook het aantal biedende bedrijven, acht in totaal, week niet veel af van voorgaande edities.

Uitvoerder van de veiling was het Duitse handelsplatform EEX, in opdracht van de Nederlandse overheid.

Nog één veiling in 2012

Op 14 juni organiseert EEX de laatste veiling van één miljoen emissierechten. Dit zijn de laatste van de in totaal zestien miljoen Nederlandse EUA’s die tijdens de tweede fase van het EU emissiehandelssysteem (2008-2012) onder de hamer gaan.

Terug naar inhoud

Monitoringstemplate en guidances vragen nog geduld

Het eerste concept van de monitoringtemplate is al enige tijd beschikbaar, maar de volgende versie van de Europese Commissie laat momenteel op zich wachten.

De ontwikkelingen rondom het nieuwe verplichte template  voor monitoringsplannen bevinden zich op dit moment in ‘een tussenfase’, aldus Jaap Bousema van de NEa. “Als de verbeterde versie er goed uitziet, zal de NEa daar een Nederlandstalige template van maken met een klein aantal toevoegingen en verduidelijkingen,” legt Bousema uit. “We hopen de Nederlandse versie dan begin mei te kunnen publiceren.” De toelichtende guidances, over bijvoorbeeld de monitoring van emissies uit biomassa, zijn ook nog niet gepubliceerd. Bousema verwacht dat conceptversies voor 22 mei beschikbaar zullen komen.

Op 8 en 9 mei zal de NEa informatiebijeenkomsten organiseren, waar onder andere het nieuwe template zal worden toegelicht.
Aanmelden hiervoor kan via de NEa-website.

Terug naar inhoud

Migratie naar EU-Register in voorbereiding

Deze week verscheen de zevende aflevering van het Registerjournaal, dat enkele belangrijke wijzigingen in het Register CO2 Emissiehandel aankondigt.

Deze editie besteedt aandacht aan de migratie van het Nederlandse register naar een Europees register. In de nabije toekomst zullen alle rekeninghouders in de huidige nationale registers hun CO2-rechten houden in het Europese register. Voorbereiding van de migratie vindt nu achter de schermen plaats, bijvoorbeeld met een uitgebreide test. De NEa heeft ook al commentaar kunnen leveren op de Nederlandse vertaling van teksten in het register.

Na de test zal de Europese Commissie bekendmaken hoe de planning van de overgang eruit ziet. Gedurende de migratie—nog steeds naar verwachting in juni 2012—zullen bedrijven gedurende enkele weken beperkt of geen wijzigingen in de rekeningen kunnen doorvoeren.

Registerjournaal nr.7 besteedt ook aandacht aan de noodzaak om transacties na de migratie te laten goedkeuren door een fiatteur en aan de speciale ‘luchtvaartrekeningen’.

Terug naar inhoud

Betrokkenen van het eerste uur blikken terug en vooruit

Ter gelegenheid van deze 100ste Nieuwsbrief Emissiehandel blikken enkele betrokkenen die ten tijde van de eerste Nieuwsbrief sleutelfiguren waren bij ministeries en bedrijven terug en vooruit.

De eerste Nieuwsbrief Emissiehandel verscheen in november 2003, te midden van talloze activiteiten bij bedrijven, bij ministeries en internationaal.

Ministeries
Bij de ministeries hielden onder andere Hans de Waal (VROM, nu bij Veiligheid en transport gevaarlijke stoffen IenM), Maurits Blanson Henkemans (EZ, nu EL&I) en Bram Maljaars (destijds VROM, nu NEa) zich bezig met de Richtlijn, de internationale onderhandelingen, het Nederlandse wetsvoorstel en het uitwerken van de details. De Waal: “Emissiehandel was leuk, nieuw en dé oplossing voor de steeds ingewikkelder individuele regels voor bedrijven. Emissiehandel leek relatief eenvoudig: ‘Bedrijven, dit is de grens, zie maar hoe je het doet.’ Maar de toewijzing van de rechten aan die bedrijven bleek niet heel veel gemakkelijker.”

Blanson Henkemans was namens het ministerie van EZ veel in overleg met het bedrijfsleven, met name met werkgeversvereniging VNO-NCW. “Die wilden graag toewijzing op basis van Performance Standard Rates, maar dat schoof de Commissie terzijde. Toch vonden ook de bedrijven emissiehandel veel mooier dan een belasting of een verplichting per installatie.”

De verwachtingen bij de ministeries en bij het bedrijfsleven waren positief. Maljaars: “Ik geloofde, net als vele anderen, dat we met emissiehandel de uitstoot van CO2 en NOx naar beneden zouden brengen en dat is ook gebeurd. Het thema uitstoot zou ook verschuiven van de milieucoördinator naar de directie, vanwege de financiële afwegingen, en ook dat gebeurde. En op fraude waren we ook voorbereid, al verwachtten we die aan de kant van monitoring en rapportage. Dat gebeurde niet, maar wel in de registers en de markt.”

Nederland schafte al voor 2003 de eerste internationale emissierechten aan, via investeringen in onder andere Polen en Roemenië. Henkemans was daarbij betrokken: “Dat waren JI-projecten, nog zelfs voordat het Kyoto Protocol internationaal was geratificeerd. We waren daarmee voorloper. Denemarken en Groot-Brittannië zorgden er uiteindelijk voor dat het systeem voor emissiehandel in volle vaart in de EU werd opgezet.”

Bedrijven

Nog voordat de EU de Richtlijn voor emissiehandel officieel aannam (in oktober 2003) sloten ook bedrijven al ‘forward trading’ transacties. NUON en Shell waren de eerste (in maart 2003). Garth Edward (nu Head Emissions Trading of Petrochina; destijds Shell), die ook al in Nieuwsbrief nr.1 werd geciteerd, was betrokken bij die transactie. “In 2003 was het systeem al behoorlijk geavanceerd. Na de proefsystemen in Groot-Brittannië en Denemarken, zette de EU de volgende stap. Later zou emissiehandel mondiaal worden.”

Seb Walhain (nu directeur huiswerkschool  ‘da School’ in Amsterdam, maar nog steeds betrokken bij emissiehandel) was destijds bij NUON Edwards tegenpartij. Hij had, zoals zovelen, hoge verwachtingen: “De sterkste kracht is het investeringssignaal dat van emissiehandel uitgaat. Van 2002 tot 2008 heeft dat ook goed gewerkt.”

De beide handelaars zijn unaniem in hun visie dat emissiehandel in de wereld toen werd gefrustreerd doordat de VS en Canada besloten geen handelssysteem in te voeren. Edward: “De Senaat besloot in 2009 om een initiatief van het Congres daartoe te blokkeren. Tot dat moment ontwikkelde het EU systeem zich naar wens, en ook CDM stond er goed voor. Na de VS en Canada zouden ook Australië en nog meer landen volgen, maar dat gebeurde niet.”

Zijn de hoge verwachtingen over emissiehandel daarmee anno 2012 niet ingelost? Maljaars: “De hoofdgedachte van emissiehandel—dat er niet meer CO2 wordt uitgestoten dan er rechten zijn uitgedeeld—staat nog steeds als een huis. Dat vergeten we wel eens. Maar de politieke besluitvorming gaat internationaal en nationaal eigenlijk te traag om ontwikkelingen in CO2 en bijvoorbeeld de financiële crisis snel te vertalen naar wijzigingen in het emissiehandelssysteem.”

Overschot

De crisis en de teruglopende industriële productie zorgden er de laatste jaren voor dat er een groot overschot aan rechten op de markt is ontstaan. Dat had effect op de CO2-prijs. Seb Walhain: “De vraag is niet zo groot als we hadden verwacht, maar de EU en geen enkele overheid durven het nu aan om plafonds te verlagen. Dat is geen weeffout, het dreigde net te gaan werken toe de VS en Canada afhaakten.” Volgens Garth Edward had de aansluiting van VS en Canada de gevolgen van de crisis voor de emissiehandel grotendeels kunnen weerstaan. “Maar de lage prijs van emissierechten is niet de enige factor die het succes van emissiehandel bepaalt. De fundering en de politieke steun voor emissiehandel waren zeker groter geweest als de VS was aangehaakt. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat het instrument deugt. Het is niet niks, 10.000 industriële installaties onder één instrument. Maar uiteindelijk gaat het er om hoe de beleidsmakers het instrument gebruiken. Misschien zijn de beleidmakers iets te vatbaar voor de industrielobby.” Walhain: “Die invloed is ijzersterk gebleken.”

De toekomst

De meeste betrokkenen van het eerste uur zien de toekomst van emissiehandel positief in, maar wel onder voorwaarden. Edward: “Er moet op korte termijn iets gebeuren om het overschot aan rechten vanaf 2013 te beperken, zoals een set-aside maatregel. Voor de langere termijn zijn strengere reductiedoelstellingen nodig. Als de EU Council de initiatieven uit Parlement en Commissie blijft blokkeren, dan vrees ik dat het ‘game over’ is.”

Seb Walhain: “Ik hoop dat bijvoorbeeld ook China emissiehandel gaat invoeren. Emissiehandel heeft er tenminste voor gezorgd dat ‘milieu’ tussen de oren zit. Besparing en duurzame energie zullen doorzetten, maar niet noodzakelijk vanwege emissiehandel.”

Reductiedoelstellingen staan ook op het verlanglijstje van Maurits Blanson Henkemans: “Voor 2030 moeten we een nieuwe doelstelling hebben, dan weten de bedrijven ook voor de langere termijn waar ze aan toe zijn. En ik hoop op een mondiaal klimaatakkoord rond 2015, met evenwichtige CO2-doelen in de wereld.”

Terug naar inhoud

Abonnement
Inschrijven
Reageren
Archief Nieuwsbrieven

Websites Emissiehandel
NEa
Rijksoverheid
AgentschapNL
IenM op Twitter