NR. 97
26 JANUARI 2012
Inhoud

Toewijzing emissierechten voor 2013-2020 vastgesteld
Dinsdag 24 januari heeft het ministerie van IenM de details van het ontwerp-Nationaal Toewijzingsbesluit Broeikasgasemissierechten (NTB) gepubliceerd. Het NTB stelt vast hoeveel emissierechten de inrichtingen die in de periode 2013-2020 deelnemen aan CO2-emissiehandel kosteloos krijgen toegewezen.

Uit het ontwerp-NTB, dat is voorbereid door de NEa, blijkt dat Nederland 52,3 miljoen CO2-rechten kosteloos wil uitdelen in 2013, aflopend naar 49,5 miljoen rechten in 2020, aan in totaal 470 ETS-bedrijven met 510 broeikasgasinstallaties. Het gaat om ongeveer 400 miljoen emissierechten, die tegen de huidige marktwaarde van rond €7 per ton een waarde vertegenwoordigen van € 2,8 miljard.

Benchmarks

Met de vaststelling van het ontwerp-NTB door staatssecretaris Atsma (IenM) komt voorlopig een einde aan een intensieve periode waarin historische data van bedrijven toegepast moesten worden op vooraf vastgestelde CO2-benchmarks via een reeks rekenregels. “Het was een taai proces met complexe regels,” geeft projectleider Alex Pijnenburg van de NEa toe, “maar uiteindelijk zijn we er met de meeste bedrijven goed uitgekomen.”

Eenieder kan tot en met 6 maart 2012 via de NEa een zienswijze op het ontwerpbesluit indienen. “Nadat die verwerkt zijn gaan we zo spoedig mogelijk het definitieve NTB opsturen naar de Europese Commissie,” aldus Pijnenburg. “Afhankelijk van het aantal eventuele zienswijzen, zal Nederland dus nog enkele maanden nodig hebben.” Nederland zal op dit terrein niet het snelste jongetje van de Europese klas zijn: tien lidstaten hebben hun NTB inmiddels ingediend bij Brussel.

Enkele getallen

Uit het ontwerp-NTB kunnen verschillende getallen gehaald worden. Een overgrote meerderheid (ca. 89%) van de totale hoeveelheid emissierechten wordt toegewezen aan activiteiten die een significant risico lopen op carbon leakage (het weglekken van productie naar landen zonder reductiebeleid). De resterende 11% aan rechten gaat naar 193 bedrijven die geheel niet blootgesteld zijn aan carbon leakage en een 40-tal bedrijven die dit ten dele niet zijn.

Verder zijn er maar liefst 115 bedrijven die toetreden tot het systeem voor emissiehandel in de derde handelsperiode. Dit aantal komt voort uit de toevoeging van een aantal nieuwe sectoren aan het emissiehandelssysteem (o.a. organische chemie, aluminium). Daarnaast komen 57 bedrijven om verschillende redenen niet in aanmerking voor de kosteloze toewijzing van emissierechten, bijvoorbeeld omdat er binnen het bedrijf alleen sprake is van elektriciteitsopwekking of omdat bedrijven geen gegevens hebben aangeleverd. Nog eens 46 bedrijven in de sector glastuinbouw komen in aanmerking voor een opt-out. 

Informatie over het ontwerpbesluit staat op de NEa-website.

Terug naar inhoud


VNO-NCW wil eind aan NOx-emissiehandel
Werkgeversvereniging VNO-NCW wil dat staatssecretaris Atsma het Nederlandse systeem voor NOx-emissiehandel beëindigt.

Werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes heeft dit verzoek in een brief aan de staatssecretaris gericht. Volgens de werkgeversvereniging, die samen met de overheid aan de wieg van het systeem stond, heeft het nationale NOx-handelssysteem nooit echt goed gefunctioneerd. Dat komt mede door de wrijving met Europese wetgeving die eist dat bij elk bedrijf de best beschikbare technieken worden toegepast. Een EU-breed systeem voor NOx-emissiehandel is een mogelijke oplossing maar daartegen bestaat verzet bij andere lidstaten.

Geen toekomst

Er wordt al enige tijd gestudeerd op de toekomst voor NOx-emissiehandel. VNO-NCW zegt nu in een bericht op de website: “Uit recent onderzoek blijkt dat ook op lange termijn er geen perspectief is op een goed werkende handel. VNO-NCW constateert dat het daarom niet langer zin heeft om de NOx-emissiehandel voort te zetten.”

NOx-emissiehandel is per 1 juni 2005 opgericht met de bedoeling om de NOx-emissiedoelen voor de industrie zo efficiënt en zo goedkoop mogelijk te behalen. Omdat de EU het systeem echter niet overnam bleef de markt klein en de
handel dus beperkt.

Rectificatie

Via enkele media meldde VNO-NCW gisteren en vandaag ten onrechte dat de staatssecretaris al een besluit tot beëindiging van NOx-emissiehandel zou hebben genomen. Diederik de Jong, hoofd Duurzame Industrie van het ministerie van IenM: “We wachten de brief af en daar zal Joop Atsma dan op reageren. Het is in ieder geval duidelijk dat er snel een politiek besluit moet komen over de toekomst van NOx-emissiehandel.”

Terug naar inhoud


Debat over compensatie hogere stroomprijs
Recent heeft de Europese Commissie ontwerp-richtsnoeren voorgesteld voor de (nationale) regelingen ter compensatie van hogere stroomprijzen door emissiehandel. Overheid en bedrijfsleven hebben verschillende visies.

De discussie over een compensatie aan bedrijven met relatief hoog stroomverbruik is al enige jaren gaande. Deze financiële compensatie zou voorkomen dat industriële productie, inclusief de bijbehorende emissies, wegtrekt naar landen zonder emissiereductiebeleid  (‘carbon leakage’) als gevolg van het doorberekenen van CO2-handelsprijzen in de elektriciteitsprijzen.

In de Richtlijn voor emissiehandel – de leidende EU-wet – is een voorziening opgenomen voor een dergelijke compensatieregeling, destijds mede op aandringen van Nederland. Maar de compensatie heeft nog geen vorm gekregen. De Commissie heeft nu een voorstel (‘guidelines’) gelanceerd voor de manier waarop landen individueel hun elektriciteitsintensieve bedrijven mogen compenseren, binnen de daarvoor geldende algemene regels voor staatssteun.

Gelijk speelveld
“Dat lidstaten elk zelf die compensatie moeten regelen is al niet ideaal voor een gelijk speelveld in de EU,” zegt Erik te Brake, secretaris energie van werkgeversvereniging VNO-NCW. “Maar dat staat nu eenmaal in de richtlijn en is niet snel te veranderen. Zolang niet duidelijk is welke regeling elke lidstaat gaat treffen, blijft onduidelijk wat de gevolgen zijn voor de concurrentiepositie van deze bedrijven.”

Het bedrijfsleven - in Nederland VNO-NCW en in de EU Business Europe – bereidt inbreng voor in het consultatieproces, dat op 31 januari eindigt. Te Brake: “In onze ogen schiet het ontwerp nu op twee punten te kort. De aanwijzing van de genoemde tien sectoren op basis van gemiddelden is ons te grof. Een elektro-intensief bedrijf dat relatief wel efficiënt is, kan dan toch geen compensatie krijgen terwijl er een groot risico is op carbon leakage. Daarnaast vinden wij een korting op basis van efficiëntie terecht, maar niet de andere kortingen die worden genoemd.”

Opvatting  EL&I
Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft aan Europees Commissaris Almunia gevraagd om het huidige voorstel te heroverwegen. “We willen alleen compenseren als er werkelijk carbon-leakage dreigt,” zegt Maurits Blanson Henkemans van EL&I. “Daarvan is bij de huidige prijs van CO2 (rond 7 € per ton, red.) geen sprake. Studies hierover zeggen dat die dreiging er pas is boven de €20 per ton en waarschuwen tegen overcompensatie. Dat kost namelijk honderden  miljoenen, en daar hebben de meeste overheden in de EU zeker nu geen geld voor." Nederland stelt een prijsdrempel  van minimaal €15 per ton CO2 voor en heeft daarvoor de steun van een groot aantal andere lidstaten. Boven die grenswaarde worden bedrijven gecompenseerd, eronder niet.

VNO-NCW vindt die grens niet gerechtvaardigd. Erik te Brake: “Voor sommige bedrijven telt elke euro, dus zo’n grenswaarde voorkomt die carbon leakage niet. Zie bijvoorbeeld aluminiumsmelter Zalco die onlangs failliet is gegaan. Daarnaast maakt deze grenswaarde de invulling weer een stuk complexer. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben hun bedrijven wel al een compensatie in het vooruitzicht gesteld. Nederland zou zo snel mogelijk ook een goede regeling moeten instellen om de concurrentiepositie voor de bedrijven te behouden.”

Blanson Henkemans van EL&I: “Duitsland kan zich dat misschien veroorloven, maar de meeste EU-lidstaten waaronder Nederland  kunnen dat  niet. Instellen van een prijsdrempel voorkomt een forse verstoring van het speelveld.”

Tot 31 januari kunnen partijen nog hun inbreng aan de Commissie sturen.

Terug naar inhoud


Mondiale markt emissiehandel groeit tegen crisis in
Ondanks de financiële crisis is de mondiale markt in CO2-emissierechten in 2011 opnieuw gegroeid.

In volume nam de hoeveelheid verhandelde emissierechten die gebruikt worden om te voldoen aan de verplichtingen – zoals in het Europese systeem – zelfs vrij fors toe: met 19% naar 8 miljard ton CO2. Vanwege de dalende CO2-prijzen was de toename van de verhandelde marktwaarde ten opzichte van 2010 minder groot: 4%. Aldus het jaarlijkse overzicht van marktanalist Thomson Reuters Point Carbon.

De stijging volgt overigens op een daling in 2010 ten opzichte van 2009. Het volume aan verhandelde emissierechten was in 2011 weer net boven dat van 2009.

De dalende CO2-marktprijs is vooral veroorzaakt op de Europese markt, die 72% van het mondiale marktvolume en 80% van de marktwaarde uitmaakt. In de EU verwisselden in 2011 emissierechten ter waarde van ruim 6 miljard ton CO2 van eigenaar, tegenover 5,2 miljard ton in 2010 en 5,4 miljard ton in 2009. Tweederde daarvan werd direct op beurzen verhandeld, de rest vooral via makelaars ‘over de toonbank’ (‘over the counter’).

Prijsval

Specialisten wijten de prijsval – na een korte opleving in april 2011 – aan het feit dat een overschot aan rechten in de derde handelsperiode (na 2012) steeds zichtbaarder wordt. Dat overschot wordt weer voornamelijk toegeschreven aan de economische recessie, met bijbehorende lagere productie en lagere uitstoot van CO2. Dan houden relatief veel bedrijven CO2-rechten over.

De gemiddelde waarde van een Europees emissierecht bedroeg in 2011 €11,45 per ton CO2, tegen een gemiddelde van ruim €13 in 2010. Momenteel schommelt de waarde rond de €7. De andere grote markten, die van de Kyoto-mechanismen het Clean Development Mechanism (CDM) en Joint Implementation (JI), lieten hetzelfde beeld zien: een hoge groei in volume, maar mede daardoor ook een lagere prijs. In CDM kwamen in 2011 emissierechten in circulatie ter waarde van 320 miljoen ton CO2, in JI 91 miljoen ton. Omdat Rusland veel meer activiteiten ontplooide, was vooral de groei bij JI substantieel.

Andere handelsmarkten bestaan momenteel in Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en nog wat kleinere markten. In 2011 werd in onder andere Australië en Californië wetgeving gepubliceerd ter voorbereiding van emissiehandel ter plaatse. Californië wil in 2013 starten met een emissiehandelssysteem à la EU, Australië in 2015. Mede ingegeven door de EU-voorbeelden voorzien de overheden in beide gevallen wel in ingrepen als prijzen te hoog of te laag worden. Overigens worden in Californië nu al wel rechten ver- en gekocht, voor hogere waarden dan in de EU.

Terug naar inhoud


Kamer neemt wetsvoorstel en moties aan
De Tweede Kamer heeft op dinsdag 20 december de wetswijziging die nodig is voor de emissiehandel na 2012 aangenomen. Alle partijen behalve de PVV stemden in.

Ook het amendement van Van der Werf (CDA) en Leegte (VVD) omtrent ‘domestic offsetting’ (toekenning van emissierechten aan niet-ETS sectoren voor behaalde emissiereducties) haalde een meerderheid. Dit amendement regelt dat Nederland domestic offsetting kan invoeren indien Europa daar de nodige regels voor geeft. Het amendement van Van Veldhoven (D66), dat de invoering van domestic offsetting onder deze omstandigheden verplicht stelde, haalde het niet.

‘Set aside’

Tijdens het Kamerdebat, dat een voortzetting was van een eerder debat eind november, werd een zevental extra moties ingediend, waarvan er twee een Kamermeerderheid haalden. Naast de genoemde motie om te onderzoeken onder welke voorwaarden toekenning van emissierechten aan niet-ETS sectoren kan plaatsvinden (inclusief een kosten-baten analyse) roept de andere aangenomen motie de regering op om op Europees niveau mee te gaan in een verkenning van de mogelijkheid van een ‘set-aside’ van emissierechten in de derde handelsperiode van het ETS. Bij ‘set-aside’ houden overheden hoeveelheden emissierechten uit de markt, waardoor er meer schaarste en wellicht een hogere prijs ontstaat.

De motie over de set-aside van emissierechten vond op dezelfde dag ondersteuning van het Europees Parlement. Een voorstel om 1,4 miljard CO2-rechten uit de markt te halen en de lineaire reductiefactor (een kortingsfactor op het plafond) aan te scherpen vond een nipte meerderheid. Het is volgens deskundigen onzeker of de Europese Commissie met dit voorstel meegaat. Voorzitter Denemarken liet afgelopen week weten weinig vertrouwen te hebben in het behalen van een meerderheid.

Eerste Kamer

De Eerste Kamer zal op 14 februari het wetsvoorstel behandelen waarin de emissiehandel vanaf 1 januari 2013 wordt geregeld. Op die datum komt de ‘Herziening EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten’ in de Eerste Kamercommissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO).

Terug naar inhoud


Emissiehandel ook voor scheepvaart een optie
De Europese Commissie wil onderzoeken hoe ook de broeikasgasemissies van de maritieme sector onder de 20% CO2-reductiedoelstelling gebracht kunnen worden.

In een publieke consultatie roept de Commissie klimaat- en energie-experts op om over dit onderwerp mee te denken en input te leveren. Uit de website van de Commissie blijkt dat de volgende vier opties worden overwogen: de scheepvaart net als luchtvaart onder het Europese systeem van emissiehandel brengen; een verplichte brandstof- of CO2-taks heffen; een verplichte emissiereductie per schip opleggen; of reducties via een compensatiefonds regelen.

Bij een compensatiefonds dient elk schip bij te dragen aan een fonds dat verantwoordelijk is voor de emissiereducties van de scheepvaart. Indien een schip hier niet aan bijdraagt, betaalt het een boete.

De consultatieronde duurt nog tot 12 april 2012.

Terug naar inhoud


Eerste tranche NER300 verkocht
De Europese investeringsbank heeft een eerste tranche van 12 miljoen emissierechten verkocht in het kader van de NER300-regeling. Met de opbrengsten gaat de Europese Commissie duurzame energie- en CO2-opslagprojecten financieren.

De EIB (European Investment Bank) maakt namens de Europese Commissie 300 miljoen rechten voor de NER300-regeling te gelde. De rechten zijn te gebruiken in fase III van het Europese systeem voor emissiehandel, vanaf 1 januari 2013. In december kreeg de EIB de rechten, waarvan er voor 2 oktober dit jaar 200 miljoen moeten zijn verkocht. De verkoop verloopt via verschillende kanalen zoals handelsbeurzen, banken en veilingen.

De opbrengst van de eerste 12 miljoen rechten was bijna €98 miljoen. De onderhandelingen over de projecten die worden gefinancierd vanuit NER300 zijn gaande. Lidstaten stellen projecten voor en zorgen zelf mede voor verdere financiering.

Terug naar inhoud


Nationale klimaatrapportage aan EU vernieuwd
In een zogenaamde BNC-fiche heeft de Nederlandse overheid recent haar standpunt vastgelegd over nieuwe voorstellen van de Europese Commissie ten aanzien van rapportageverplichtingen over emissies, adaptatie en veilingopbrengsten.

De meeste verplichtingen komen voort uit eerder gemaakte klimaat- en emissieafspraken in EU- of VN-verband. Die eisen vaak tweejaarlijkse rapportages. De EU wil graag jaarlijks een overzicht om de voortgang goed te kunnen bewaken, maar de Nederlandse overheid vindt het voordeel daarvan niet opwegen tegen de extra inspanning die daarvoor nodig is.

Ook vraagt de verordening om een rapportage over de besteding van opbrengsten van geveilde emissierechten. Dat is volgens de Commissie in lijn met de aanbeveling in de Richtlijn Emissiehandel om ten minste 50% van de veilingopbrengsten te besteden aan klimaat- en energiebeleid. Zo’n rapportage is in de Nederlandse begrotingssystematiek niet mogelijk, want daarin zijn inkomsten en uitgaven gescheiden, aldus de BNC-fiche (Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen). In de rapportage zal Nederland wel rapporteren over de energie- en klimaatuitgaven ‘als equivalent van de veilingopbrengsten’.

Terug naar inhoud


Abonnement
Inschrijven
Reageren
Archief Nieuwsbrieven

Websites Emissiehandel
NEa
Rijksoverheid
AgentschapNL
IenM op Twitter